Verschil sportdeelname naar opleidingsniveau wordt groter

Hoe hoger de opleiding, hoe vaker iemand sport, blijkt uit een factsheet van het Mulier Instituut. Opleidingsniveau bleek de belangrijkste voorspeller te zijn in sportdeelname, in vergelijking tot andere verschillen in bevolkingsgroepen in relatie met gemeentekenmerken. Naast dat een hoger opleidingsniveau leidt tot vaker wekelijks sporten, zijn mensen met een hoger opleidingsniveau ook vaker gaan sporten over de jaren (2005-2015). Bij lager opgeleiden en middelbaar opgeleiden is de sportdeelname nauwelijks veranderd. Het verschil tussen de opleidingsniveaus wordt daarmee groter.

Opzet van het onderzoek

Voor het factsheet is gebruik gemaakt van onderzoek met data van POLS (Permanent onderzoek naar de leefsituatie) van 2001 tot en met 2009 en de Gezondheidsenquête 2010-2015, beide verkregen via het CBS (circa n=6.500 per meting). Het gaat hierbij om gegevens van personen van 12 tot 79 jaar. Daarnaast is ook informatie over gemeentelijke uitgaven per inwoner gebruikt. Deze Informatie voor Derden (Iv3) is verzameld door het CBS.

De belangrijkste conclusies van het onderzoek

Het onderzoek concludeert dat opleidingsniveau een belangrijke voorspeller is voor sportdeelname (71% hoger opgeleiden sport wekelijks versus 29% lager opgeleiden). Deze verschillen bleken het grootst te zijn in gemeenten met meer dan 300.000 inwoners. Tevens bleven deze verschillen wanneer werd gekeken naar leeftijd (ouderen) en het hebben van een migratieachtergrond (ook bij niet-westers). Beleid van gemeenten is vaak al gericht om het verschil tussen lager- en hoger opgeleiden kleiner te maken. Echter, dit verschil blijkt groter te worden in plaats van kleiner

Kracht en kanttekeningen
De kracht van deze rapportage is dat nog niet eerder is ingegaan op de verklarende factoren onderliggend aan opleidingsniveau en hoe dit zich verhoudt over de afgelopen jaren. Zowel ouderen als migratieachtergrond hebben vaak een lager opleidingsniveau, maar uit dit onderzoek blijkt dat dit niet uitmaakt voor de sportdeelname. Daarnaast is het beleidsmatig relevant en belangrijk dat over de afgelopen jaren de kloof tussen beiden groepen groter is geworden.

Opvallend is dat voor beweegdeelname de verschillen niet gelden: lager opgeleiden bewegen (volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, NNGB) vrijwel evenveel als hoger opgeleiden. De verklarende factor kan worden gezocht in beschikbare (financiële) middelen (ook benoemd in de factsheet), maar is nog niet geheel duidelijk. Vervolgonderzoek kan hier nuttig zijn. Het onderzoek heeft enkel gekeken naar sportdeelname, maar niet naar lidmaatschap bij sportverenigingen. Interessant is of deze verschillen ook hier gelden. Bij lidmaatschap kunnen beschikbare financiële middelen tevens als drempel worden ervaren, wat kan leiden tot een verschil tussen lager- en hogeropgeleiden.

Titel: Factsheet Sportdeelname en Opleidingsniveau
Auteurs: Gooskens, W. & Van Den Dool, R.
Organisatie: Mulier Instituut
Datum: Augustus 2017
Download de factsheet (pdf): Sportdeelname en Opleidingsniveau