Sportdeelname van mensen met een beperking blijft ver achter

De sportdeelname van mensen met een beperking blijft ver achter op de sportdeelname van mensen zonder beperking. Onder verschillende doelgroepen van mensen met een beperking is verschil te zien in sportdeelname, motieven en belemmeringen. Om de verschillende doelgroepen succesvol te bereiken is dan ook telkenmale een aangepaste aanpak nodig. Dit stelt het Mulier Instituut dat in samenwerking met Kenniscentrum Sport zes factsheets heeft uitgebracht over sport en bewegen voor mensen met diverse soorten beperkingen. De doelgroepen omvatten mensen met een chronische aandoening, lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, gedragsproblemen en/of autisme, niet-aangeboren hersenletsel (NAH), en kinderen met een beperking.

Voor sommige doelgroepen (zoals mensen met een niet-aangeboren hersenletsel) is niet bekend hoeveel zij sporten of bewegen in de week. Meer onderzoek is nodig om de sport- en beweegdeelname van deze groepen in kaart te brengen. Mensen met een beperking is geen homogene groep en onderling zijn veel verschillen zichtbaar.

Enkele voorbeelden van informatie in de factsheets:

  • Eén op de vijf mensen (23%) met een chronische aandoening én een fysieke beperking sport wekelijks. Voor mensen zonder een chronische aandoening of fysieke beperking is dit 59 procent;
  • 36 procent van de mensen met een verstandelijke beperking is lid van een sportvereniging. Het meest vaak maakt deze groep gebruik van reguliere verenigingen met aparte groepen (44%) en sportclubs speciaal voor mensen met een verstandelijke beperking (42%);
  • Kinderen zonder een beperking sporten vaker (70%, minimaal 12 keer per jaar) dan kinderen met visuele (56%), auditieve (65%) of lichamelijke en/of verstandelijke (58%) beperking.

 

Auteurs: Brandsema, A., Lindert, C. van & Berg, L. van den
Organisatie: Mulier Instituut en Kenniscentrum Sport
Datum: 2017
Download de factsheets: